10 redenen om een IB-onderneming niet om te zetten naar een BV

Zie hierboven het artikel met de voordelen van een omzetting van een eenmanszaak (IB-onderneming) naar een BV. Maar voor veel ondernemers is die stap juist niet de beste keuze.
Juist de eenvoud, de fiscale faciliteiten en de lage kosten kunnen de IB-vorm aantrekkelijk maken. Dit is zeker het geval als de winst beperkt is of als de ondernemer waarde hecht aan beperkte administratieve lasten.
Hieronder behandel ik tien redenen waarom de IB-onderneming niet moet worden ingebracht in een BV.
- Lagere administratieve lasten en minder papierwerk
Een BV verplicht de ondernemer tot het opstellen en deponeren van een jaarrekening bij de Kamer van Koophandel. Voor een IB-ondernemer blijft het eenvoudiger: één eenvoudige boekhouding, geen formele jaarstukken en geen extra compliance-kosten. Voor veel zzp’ers en kleine ondernemers scheelt dat al snel enkele duizenden euro’s per jaar aan administratie en advies. Zeker als je er rekening mee houdt dat het meestal niet bij één BV blijft. Het oprichten van een BV brengt ook kosten met zich mee.
- Volledig behoud van de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling
De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling zijn uitsluitend beschikbaar voor IB-ondernemers. Met name de MKB-winstvrijstelling levert voordeel op omdat het de fiscale winst verlaagd met 12,7%. Daarover is geen inkomstenbelasting verschuldigd. Het voordeel van de zelfstandigenaftrek is beperkt, omdat het een aftrek oplevert van € 1.200 tegen maximaal 37,56%.
- Geen dubbele belasting (vennootschapsbelasting + dividendbelasting)
In een BV is tot € 200.000 19 % vennootschapsbelasting verschuldigd, over hogere winsten 25,8 % vennootschapsbelasting. Wil de DGA het geld privé gebruiken, dan volgt nog eens 24,5% (tot € 68.843/ voor fiscale partners tot € 137.686) en 31% box 2-heffing over de uitkering voor zover die de genoemde drempel overstijgt. De belastingdruk is dan minimaal 38,845% en maximaal 48,80%. Een IB-ondernemer betaalt slechts één keer inkomstenbelasting (met de aftrekposten) waarbij de maximale belastingdruk door de MKB-winstvrijstelling 44,73% bedraagt. Houdt er bij de vergelijking wel rekening mee dat de box 2 claim op de aandelen uitgesteld kan worden en dat de effectieve belastingdruk daardoor omlaaggaat.
Rond een winst van € 80.000 – € 100.000 bevindt het omslagpunt waarbij een BV aantrekkelijk kan worden qua belastingdruk van de IB-ondernemer. Het is echter afhankelijk van de persoonlijke situatie van de ondernemer waar het omslagpunt precies ligt. Als de ondernemer alle winst consumeert, zal een BV minder snel een voordeel opleveren dan voor een spaarzame ondernemer.
- Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers
Een startende ondernemer kan kiezen voor willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen waarin geïnvesteerd wordt. In 2026 mag tot € 398.236 willekeurig worden afgeschreven op kwalificerende bedrijfsmiddelen. Dat kan een overweging vormen voor een startende ondernemer om niet in de BV te beginnen, maar in de IB-onderneming. In de jaren waarin de ondernemer recht heeft op de verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers mag willekeurig worden afgeschreven. Eventueel kan er dus ook voor gekozen worden om een IB-onderneming te starten en die na verloop van tijd geruisloos in de BV in te brengen. Dat kan dan nadat het voordeel van de willekeurige afschrijving is verrekend in de aangiften inkomstenbelasting van de ondernemer.
- Maximale flexibiliteit en snelheid
Geen aandeelhoudersvergaderingen, geen statutenwijzigingen, geen goedkeuringen. U beslist zelf en kunt uw onderneming morgen aanpassen, verhuizen of zelfs stilleggen zonder formele procedures.
- Directe verrekening van verliezen met uw privé-inkomen
Heeft u een verliesjaar? Als IB-ondernemer mag u dat direct verrekenen met ander box 1-inkomen als u nog andere inkomsten heeft. In een BV is het alleen te verrekenen met toekomstige VPB-winsten en één jaar terug te wentelen naar een voorgaand jaar. Voor startende of cyclische bedrijven is dat een groot nadeel.
- Geen minimale kapitaal- of formaliteitsvereisten
Ook al is de nominale kapitaalvereiste voor een BV sinds 2012 slechts € 0,01, de formele structuur (statuten, aandeelhoudersregister, kapitaalstorting, etc.) blijft bestaan. Als IB-ondernemer heeft u daar helemaal geen last van. De uitkering van winst aan de aandeelhouder is aan strikte regels gebonden. Zo moet er een uitkeringstoets worden uitgevoerd alvorens dividend uit te keren. Als de uitkomst van de toetst uitkering van dividend niet toestaat, zit het geld ‘vast’ in de BV.
- Gebruikelijk loon
Een DGA moet een bepaald minimumsalaris uitkeren het zogenaamde gebruikelijk loon. Het loon van de DGA moet minimaal gelijk zijn aan het loon van de meestverdienende werknemer. Van deze regel mag worden afgeweken als de werknemer over bijzondere kwaliteiten beschikt die de DGA niet heeft. Verder moet het loon minimaal vergelijkbaar zijn met dat van een werknemer in loondienst die dezelfde werkzaamheden verricht. In de wet is voor het jaar 2026 een bedrag opgenomen van € 58.000, is het uitbetaalde loon lager dan dat bedrag, dan is het aan de inhoudingsplichtige om aannemelijk te maken dat het loon gebruikelijk is. Is het uitbetaalde loon hoger dan dat bedrag, dan moet de Belastingdienst aannemelijk maken dat het uitbetaalde loon te laag was.
In de praktijk kan het lastig zijn om vast te stellen hoe hoog het gebruikelijk loon moet zijn.
- Geen publieke bekendmaking van uw cijfers
Een BV moet jaarrekeningen deponeren die voor iedereen zichtbaar zijn via de KvK. Als IB-ondernemer blijft uw winst- en verliesrekening privé. Voor ondernemers die hun concurrenten niet wijzer willen maken is dat een relevant voordeel.
- Persoonlijke aansprakelijkheid ook met een BV
De BV wordt vaak gebruikt om de persoonlijke aansprakelijkheid te beperken. Voor sommige ondernemers geldt dat zij ook in privé aansprakelijk zijn als er fouten worden gemaakt. Denk hierbij aan gemaakte beroepsfouten door zogenaamde zelfstandige beroepsbeoefenaars. Daarnaast kan een bank voor zover er financiering wordt verstrekt ook eisen dat de DGA in persoon meetekent voor de verplichting om de lening af te lossen. Dat betekent dat er daarmee persoonlijke aansprakelijkheid ontstaat richting de bank. De BV helpt niet in alle gevallen eventuele privéaansprakelijkheid te voorkomen.
Conclusie
De keuze tussen IB en BV kent verschillende aspecten die afgewogen moeten worden. Voor ondernemers met een winst beperkte winst en die waarde hechten aan eenvoud, lage kosten is de IB-vorm nog steeds de beste structuur.
Uiteindelijk hangt het af van de concrete situatie van de ondernemer: verwachte winstontwikkeling, risico’s, privé-situatie en toekomstplannen of de eenmanszaak of de BV de beste rechtsvorm is om een onderneming te drijven.
Bron: Fiscaal Vanmorgen