Kamer stemt met lange tanden in met nieuwe Box 3-wet

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet werkelijk rendement, de langverwachte hervorming van box 3. Daarmee komt een einde aan jaren van debat over de manier waarop inkomen uit sparen en beleggen wordt belast. Opvallend is het geringe enthousiasme in de Kamer. Veel fracties zien de nieuwe regeling als een tijdelijke oplossing.
De wet verandert de systematiek van box 3 ingrijpend. Tot nu toe werd de belasting gebaseerd op een verondersteld rendement: een schatting van de opbrengst uit vermogen. Dat model kwam onder druk te staan nadat de Hoge Raad eind 2021 oordeelde dat de heffing in tal van gevallen onrechtvaardig uitpakte. Belastingplichtigen betaalden soms meer dan zij feitelijk verdienden, wat leidde tot een stroom aan procedures en forse tegenvallers voor de schatkist. Sindsdien werkte de politiek aan een alternatief dat juridisch houdbaar en uitvoerbaar moest zijn.
Afrekenen op basis van opbrengst
Met de nieuwe wet verschuift het uitgangspunt naar het daadwerkelijk behaalde rendement. Spaarders en beleggers gaan jaarlijks afrekenen over de opbrengsten uit bijvoorbeeld spaartegoeden, obligaties, aandelen en cryptovaluta. Dat geldt ook wanneer waardestijgingen nog niet zijn verzilverd. Deze benadering, bekend als vermogensaanwasbelasting, moet volgens het kabinet beter aansluiten bij de economische realiteit. Voor vastgoed en belangen in startups geldt een andere route: daar wordt belasting geheven op het moment van overdracht, zoals bij verkoop of vererving. Dat element lijkt op een vermogenswinstbelasting.
Hybride opzet
Het gekozen model is daarmee een combinatie van twee benaderingen. Die hybride opzet was doorslaggevend om een meerderheid te vormen, maar riep tegelijk bezwaren op. Met name partijen aan de rechterzijde verzetten zich tegen het belasten van zogenoemde papieren winsten. Zij vinden dat belasting pas verschuldigd moet zijn zodra een rendement daadwerkelijk is gerealiseerd. Critici wijzen daarnaast op het ontbreken van een inflatiecorrectie en de toegenomen complexiteit van het stelsel.
Tekortkomingen
Een minderheid van de Kamer stemde tegen, ondanks erkenning dat het huidige overgangsrecht fikse tekortkomingen kent. In het debat werd de bestaande reparatiewetgeving scherp bekritiseerd. Voorstanders betoogden dat het alternatief – het verwerpen van de wet – een aanzienlijk gat in de begroting zou slaan. Bovendien zou het tijdelijke regime volgens hen juridisch en praktisch minder robuust zijn dan de nu aangenomen regeling.
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid speelde een prominente rol in de beraadslagingen. De Belastingdienst moet vermogensopbrengsten nauwkeuriger gaan vaststellen, wat betekent dat belastingplichtigen meer gegevens zullen moeten bijhouden. De verwachting is dat miljoenen mensen uitgebreider administratie moeten voeren. Ook binnen de Kamer bestaan zorgen over de uitvoeringslasten en de benodigde capaciteit bij de fiscus. Er werd gewezen op de extra inzet van ambtenaren en de noodzaak tot aanpassing van ICT-systemen.
Budgettaire gevolgen
De Kamer is ook verdeeld vanwege de budgettaire gevolgen van de gekozen systematiek. Volgens ramingen van het ministerie van Financiën levert een stelsel dat volledig is gebaseerd op vermogenswinst minder op dan een heffing op jaarlijkse aanwas, bij gelijke tarieven. Uitzonderingen voor specifieke vermogenscategorieën drukken de opbrengst verder. Omdat de hervorming budgetneutraal moet worden ingevoerd, kan dat effect hebben op de verdeling van de belastingdruk tussen verschillende groepen spaarders en beleggers.
Aanvullende voorstellen haalden geen meerderheid. Zo strandden plannen om verliezen ruimer of met terugwerkende kracht te verrekenen. Ook pogingen om de vrijstelling te verhogen kregen onvoldoende steun, vooral vanwege de dekking. Daarmee blijft het heffingsvrije inkomen beperkt en wordt het tarief vastgesteld op 36 procent over het box 3-inkomen boven de vrijstelling.
Verdere aanpassingen nodig
Ondanks de parlementaire goedkeuring is het dossier daarmee niet gesloten. Vrijwel alle fracties benadrukken dat verdere aanpassingen nodig kunnen zijn. De wet wordt door veel partijen bestempeld als een tussenstap richting een eenvoudiger en stabieler model. Een Kamermeerderheid wil dat een volgend kabinet zich buigt over varianten waarbij ongerealiseerde waardestijgingen buiten de heffing blijven. Dat scenario vergt echter ingrijpende aanpassingen in de uitvoering en aanvullende investeringen.
Bron: Accountancy Vanmorgen
Ter info: Heinen wil wetsvoorstel box 3 aanpassen, Tweede Kamer was al akkoord