Geen rente op box 3-teruggave voor beleggers over 2021 en 2022

Beleggers die over 2021 en 2022 te veel belasting hebben betaald in box 3 en dat geld terugkrijgen, krijgen daar geen rentevergoeding over. Dat heeft demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (Fiscaliteit, BBB) bevestigd in een brief aan de Tweede Kamer.
Heijnen houdt vast aan de regel dat het recht op belastingrente vervalt zodra de Belastingdienst een definitieve aanslag oplegt.
Sinds een uitspraak van de Hoge Raad in 2021 mogen beleggers met meer dan alleen spaargeld hun werkelijk behaalde rendement opgeven. Als dat lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekende, volgt een teruggave. Deze tegenbewijsregeling ging op 10 juli van start. In principe hoort bij een belastingteruggave ook rente, maar dat geldt niet meer als er al een definitieve aanslag is vastgesteld.
Juist dat is bij veel beleggers het geval. De Belastingdienst heeft de afgelopen periode grote aantallen definitieve aanslagen over 2021 en 2022 opgelegd om te voorkomen dat deze zouden verjaren. Daardoor missen veel belastingplichtigen de rente over hun teruggave. Het gaat om ongeveer 292.000 aanslagen over 2021 en circa 905.000 over 2022.
‘Onrechtvaardig’
Belastingadviseur Cor Overduin spreekt in het FD van een ‘zuinige uitleg’ van de regels. Volgens hem zijn burgers bovendien door de Belastingdienst op het verkeerde been gezet, omdat hen werd gevraagd te wachten met het opgeven van hun werkelijke rendement tot een individuele uitnodiging. Wie vóór het opleggen van de definitieve aanslag al zijn rendement had doorgegeven, had wél recht gehad op rente.
De staatssecretaris erkent dat dit wringt en dat de situatie als onrechtvaardig kan worden ervaren. Volgens Heijnen is er echter geen juridische verplichting om in deze gevallen rente te vergoeden. Bovendien zou het uitbetalen van rente leiden tot een forse kostenpost voor de schatkist.
Met name over het slechte beursjaar 2022 had een rentevergoeding aanzienlijk kunnen oplopen. Het fictieve rendement lag dat jaar op 5,53%, terwijl de belastingrente vanaf de tweede helft van 2023 6% of hoger bedroeg.
Bron: Fiscaal Vanmorgen/FD