Internationaal zakendoen en btw: waar gaat het in de praktijk vaak mis?

Internationaal ondernemen biedt kansen, maar brengt ook complexe btw-regels met zich mee. Juist bij grensoverschrijdende leveringen en diensten gaat het in de praktijk regelmatig mis, ziet btw-specialist Marja van den Oetelaar.
Denk daarbij aan een verkeerde beoordeling van de plaats van levering of de plaats van dienst, met naheffingen, buitenlandse btw-verplichtingen en administratieve problemen tot gevolg.
Wat zie je vaak misgaan als het gaat over btw en internationaal zakendoen?
Van den Oetelaar: “Veel fouten worden gemaakt bij de bepaling van de plaats van dienst en de plaats van levering. De EU BTW Richtlijn – en uiteraard de Wet OB – bepalen waar een bepaalde levering van goederen of een dienst aan de heffing van btw is onderworpen. De EU BTW Richtlijn bepaalt bijvoorbeeld voor goederen dat deze worden geacht daar te zijn geleverd waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de levering. Als de goederen worden vervoerd is de plaats van levering daar waar het vervoer van de goederen aanvangt. Ik geef een voorbeeld. Als een Nederlands bedrijf goederen levert die zich in Duitsland bevinden, dan geldt de Duitse btw-wetgeving. Je moet in de Duitse btw-wetgeving kijken om te bepalen of er Duitse btw in rekening moet worden gebracht en zo ja, wie die btw dan is verschuldigd. Als de goederen niet worden vervoerd naar een ander land in verband met de levering, moet Duitse btw worden berekend. Duitsland heeft geen verleggingsregeling geïmplementeerd voor een dergelijke levering van goederen. Als de goederen wel naar een ander land worden vervoerd in verband met de levering, geldt mogelijk het Duitse nultarief. Het Nederlandse bedrijf moet zich in beide situaties registreren voor de BTW in Duitsland.
Een ander voorbeeld: als een Nederlands schildersbedrijf de kozijnen verft van het woonhuis in België van een particulier, dan moet Belgische btw worden berekend. De EU BTW Richtlijn bepaalt dat diensten met betrekking tot onroerende zaken worden geacht daar plaats te vinden waar de onroerende zaak is gelegen. Dat is in mijn voorbeeld België. Daarom is de Belgische btw-wetgeving van toepassing. Het Nederlandse schildersbedrijf moet Belgische btw berekenen. De Belgische btw kan in de Belgische btw-aangifte of in de OSS-aangifte worden gerapporteerd.
Ik begrijp dat we nogal wat veranderingen kunnen verwachten in de komende jaren?
“Dat klopt. De verandering die alle bedrijven aan gaat is dat met ingang van 1 juli 2030 elektronisch moet worden gefactureerd en gerapporteerd voor intracommunautaire leveringen en bepaalde andere prestaties naar het buitenland. De elektronische facturen moeten aan bepaalde technische voorwaarden voldoen en moeten binnen tien dagen na de prestatie zijn verzonden. Pdf-facturen kunnen dan niet meer.
Deze wijzigingen volgen uit het Europese ViDA-pakket, wat staat voor VAT in the Digital Age. Daarmee wil de Europese Unie btw-fraude beter bestrijden en transacties binnen Europa sneller en transparanter maken. Ondernemers moeten hun factuurgegevens straks vrijwel realtime digitaal rapporteren aan de belastingdiensten.
Mogelijk wordt in Nederland elektronisch factureren ook verplicht voor binnenlandse transacties. EY heeft daar recent onderzoek naar gedaan in opdracht van het ministerie van Financiën. In dat rapport wordt Peppol nadrukkelijk genoemd als voorkeursoplossing voor het verzenden van e-facturen. Peppol wordt nu al gebruikt voor facturatie richting de overheid en in België zijn ondernemers zelfs al verplicht om gestructureerde e-facturen via Peppol te versturen. Dat lijkt daar redelijk goed te verlopen.
Veel ondernemers realiseren zich nog onvoldoende wat deze veranderingen in de praktijk betekenen. Het gaat namelijk niet alleen om een andere manier van factureren, maar ook om aanpassingen in administratieve processen, software en interne controles. Vooral mkb-ondernemers die nu nog werken met pdf-facturen of handmatige processen zullen tijdig stappen moeten zetten.
Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling ook kansen. Elektronisch factureren kan administratieve processen efficiënter maken, fouten verminderen en zorgen voor snellere betalingen. Uit diverse onderzoeken blijkt bovendien dat de kosten per factuur aanzienlijk kunnen dalen.
Ik raad ondernemers daarom aan zich nu al voor te bereiden op deze wijzigingen. 2030 lijkt nog ver weg, maar softwareaanpassingen, implementaties en interne processen kosten tijd. Anders ben je uiteindelijk te laat.”
Bron: Accountancy Vanmorgen