Kabinet toch overtuigd van greentimerregeling

Het kabinet wil ondanks eerdere twijfels toch per 2029 een zogeheten greentimerregeling invoeren voor gebruikte elektrische auto’s.
Dat meldt staatssecretaris Eerenberg (Financiën) aan de Eerste Kamer, onder meer in reactie op vragen van de Partij van de Dieren. Die wilde meer duidelijkheid hebben over de youngtimerregeling.
Youngtimers
In het Belastingplan 2027 is de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling per 1 januari 2027 al versoepeld naar 17 jaar (in plaats van 25 jaar) en per 1 januari 2028 naar 20 jaar. “Dit geeft de bestaande groep gebruikers van de youngtimerregeling een jaar extra om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Het kabinet begrijpt namelijk de zorgen dat deze groep weinig tijd heeft om te anticiperen op de gewijzigde leeftijdsgrens. Ook de branche krijgt hiermee meer tijd om de bedrijfsvoering aan te passen.” De branche zelf ziet nog wel haken en ogen aan de overgangsregeling.
Greentimerregeling komt er toch
Om een duurzaam alternatief te bieden komt er per 2029 een zogeheten greentimerregeling: een verlaagd bijtellingspercentage van 14% over de cataloguswaarde van elektrische auto’s in de leeftijd van 5 tot 8 jaar. Een zogeheten sterfhuisconstructie, waarbij alleen nog greentimers nieuw aan de regeling kunnen worden toegevoegd, vindt Eerenberg onwenselijk. “Ten eerste geeft dit een onwenselijke financiële stimulans om in oudere vervuilende fossiele auto’s rond te blijven rijden. Ten tweede leidt dit tot een extra budgettaire derving, waar geen dekking voor is.”
Afgelopen voorjaar liet het kabinet nog weten niet overtuigd te zijn van de meerwaarde van een greentimerregeling, onder meer omdat de verwachte doelgroep beperkt is en de regeling naar verwachting geen extra klimaatwinst oplevert.
Cataloguswaarde blijft grondslag
Ook bij de greentimerregeling geldt de cataloguswaarde als grondslag in plaats van de waarde in het economisch verkeer. “De cataloguswaarde is een objectief en controleerbaar gegeven en hiermee eenvoudiger uitvoerbaar dan de waarde in het economisch verkeer. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijtellingskorting is rekening gehouden met het feit dat oudere elektrische auto’s een hogere cataloguswaarde hebben dan nieuwe vergelijkbare auto’s nu. Een verlaagd bijtellingstarief van 14% leidt voor een greentimer nog steeds tot een korting van circa 25% ten opzichte van de bijtelling die voor een vergelijkbare nieuwe auto zou moet worden betaald.”
Bron: Accountancy Vanmorgen
NB
Biedt u een zakelijke personenauto aan uw werknemer, bijvoorbeeld een auto uit uw eigen wagenpark of een leaseauto? En gebruikt uw werknemer de personenauto ook privé of voor woon-werkverkeer? Dan betaalt u vanaf 1 januari 2027 extra belasting op zakelijke auto’s met uitstoot of die niet helemaal uitstootvrij zijn. Het gaat om personenauto’s met benzine-, diesel- of hybride aandrijving.
De grens van 500 kilometer privégebruik per jaar geldt niet voor deze extra belasting. Woon-werkverkeer telt hierbij als privégebruik.
De belasting is per jaar:
- 12% van de catalogusprijs van de auto bij auto’s tot en met 25 jaar oud.
- 12% van de marktwaarde bij auto’s ouder dan 25 jaar.
U betaalt de belasting via de loonheffing (pseudo-eindheffing). U mag deze belasting niet doorberekenen aan uw werknemer.
Het doel van de belasting is dat werkgevers alleen nog zakelijke auto’s zonder uitstoot aan hun werknemers aanbieden, zoals volledig elektrische auto’s.
Overgangsregeling
Voor zakelijke auto’s met uitstoot die u voor 1 januari 2027 al aan uw werknemers beschikbaar heeft gesteld, geldt een overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2031 betaalt u de extra belasting ook voor deze auto’s. Eerder was dit vanaf 17 september 2030.
Bron: Ondernemersplein.overheid.nl