Ambtshalve aanslagen Belastingdienst vaak fors te hoog

Mensen die een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting krijgen opgelegd, blijken na het alsnog indienen van een aangifte vaak aanzienlijk minder belasting verschuldigd. Dat schrijft de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) in een brief aan staatssecretaris Heinen en staatssecretaris Eerenberg.
De inspectie waarschuwt voor de gevolgen van te hoog geschatte inkomens voor inkomensafhankelijke regelingen.
Eerste inzicht in omvang
De inspectie onderzocht de aard, omvang en doorwerking van ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting. Zo’n aanslag wordt opgelegd wanneer een belastingplichtige ondanks een uitnodiging, herinnering en aanmaning geen aangifte doet. De Belastingdienst stelt dan zelf een geschat inkomen vast en baseert daarop de aanslag.
Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat over belastingjaar 2022 bij 78.600 mensen een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting is opgelegd. Volgens de inspectie moet het merendeel van deze groep belasting betalen. Het gemiddelde verschuldigde belastingbedrag bedraagt € 7.190, exclusief rente en verzuimboete. Bij 18 procent gaat het om meer dan € 10.000.
De inspectie keek ook naar belastingplichtigen die na ontvangst van een ambtshalve aanslag alsnog aangifte deden. Tot april 2026 gebeurde dat bij ongeveer 13.800 mensen. Voor deze groep daalde het gemiddelde belastingbedrag van € 12.609 naar € 3.958 nadat de aanslag was gebaseerd op de werkelijke inkomensgegevens. Circa 59 procent hoefde uiteindelijk geen belasting te betalen of kreeg juist een teruggaaf.
Verder kwam uit onderzoek van de inspectie naar voren dat bij ongeveer 87 procent van de belastingplichtigen die alsnog aangifte deden het belastingbedrag afnam. Bij ongeveer 7 procent bleef het gelijk en bij circa 7 procent steeg het.
Naleving werkinstructies onvoldoende
De IBTD wijst erop dat de Belastingdienst verplicht is een redelijke schatting van het inkomen te maken. Daarbij geldt volgens de inspectie een actieve inspannings- en onderzoeksplicht.
Een intern onderzoek van de Belastingdienst naar de naleving van werkinstructies binnen het ambtshalve aanslagproces laat volgens de inspectie zien dat die naleving nog onvoldoende is. In 10 procent van de onderzochte dossiers was de vastlegging onvoldoende. Daardoor was niet duidelijk hoe de inspecteur tot de inkomensschatting was gekomen en of deze redelijk was. Bij dossiers van de directie MKB werd bovendien vastgesteld dat de kwaliteit van de inkomensschatting in 15 procent van de gevallen matig en in 8 procent van de gevallen slecht was.
De inspectie benadrukt dat een te hoge schatting mensen die “van goede wil zijn maar geen aangifte (kunnen) doen” extra hard kan raken. Daarbij wijst zij ook op de omkering en verzwaring van de bewijslast wanneer een belastingplichtige een te hoog vastgestelde aanslag wil aanvechten.
Gevolgen voor toeslagen en andere regelingen
Een belangrijk aandachtspunt voor de IBTD is de doorwerking van geschatte inkomens naar andere regelingen. Het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen wordt opgenomen in de Basisregistratie Inkomen (BRI), die wordt gebruikt door onder meer het CAK, de Raad voor Rechtsbijstand, Dienst Toeslagen en DUO.
Volgens de inspectie kan een te hoog geschat inkomen ertoe leiden dat iemand een hogere eigen bijdrage voor langdurige zorg betaalt, geen of minder recht heeft op gesubsidieerde rechtsbijstand, minder toeslagen ontvangt of dat studerende kinderen een lagere aanvullende beurs krijgen. “Het kan hun bestaanszekerheid raken”, schrijft de inspectie.
De betrokken instanties kunnen volgens de IBTD niet zien of een in de BRI opgenomen inkomen gebaseerd is op een schatting. Ook worden belastingplichtigen die een ambtshalve aanslag ontvangen niet geïnformeerd dat het geschatte inkomen kan doorwerken naar inkomensafhankelijke regelingen.
Oproep aan kabinet
De inspectie roept de bewindspersonen op om structureel zicht te krijgen op het aantal ambtshalve aanslagen, de kwaliteit van de inkomensschattingen en de gevolgen daarvan voor inkomensafhankelijke regelingen. Ook pleit zij voor meer transparantie richting zowel uitvoeringsinstanties als burgers.
Daarnaast vraagt de IBTD-aandacht voor een al langer aangekondigde wetswijziging waardoor ook belastingplichtigen die volgens een schatting recht hebben op een teruggaaf een aanslag zouden moeten krijgen. Nu ontvangen zij geen ambtshalve aanslag en krijgen zij dus ook geen geld terug. Volgens de inspectie ging het tussen 2019 en 2022 jaarlijks om ongeveer 1.100 tot 2.000 personen. “Deze mensen betalen nu meer belasting dan dat zij op grond van hun inkomen verplicht zijn, wat mogelijk negatieve gevolgen heeft voor hun bestaanszekerheid”, aldus de inspectie.
De Belastingdienst laat in een reactie aan BNR weten het zorgvuldig opleggen van ambtshalve aanslagen belangrijk te vinden. Volgens de dienst wordt een schatting gemaakt op basis van de beschikbare gegevens wanneer contact met de belastingplichtige uitblijft. Met volledige informatie kan een aanslag lager uitvallen of zelfs leiden tot een teruggaaf. De Belastingdienst zegt rond de zomer inhoudelijk op de signaalbrief te zullen reageren.
Bron: Accountancy Vanmorgen