Kabinet werkt fiscale maatregelen energiepakket verder uit

Het kabinet heeft het eerder aangekondigde maatregelenpakket tegen de gevolgen van de energieschok verder uitgewerkt. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg schrijven in een Kamerbrief dat verschillende fiscale steunmaatregelen nog dit jaar via een goedkeurend beleidsbesluit in werking treden, vooruitlopend op wetgeving in het Belastingplan 2027.
Onderdeel van het pakket is onder meer de structurele verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer, met terugwerkende kracht. Ook wordt de aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters structureel en met terugwerkende kracht verhoogd. Daarnaast komt er een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van btw-ondernemers en voor vrachtauto’s.
Volgens het kabinet zijn deze maatregelen “op de kortst mogelijke termijn” via beleidsbesluiten ingevoerd. Het betreffende besluit is op 21 mei gepubliceerd in de Staatscourant.
Vrachtwagenheffing tijdelijk omlaag
Het pakket werd aangepast na het debat in de Tweede Kamer op 22 april. Zo voert het kabinet twee aangenomen moties over de vrachtwagenheffing uit. De tarieven van die heffing, die per 1 juli ingaat, worden tijdelijk verlaagd. Het kabinet schrijft dat het de motie om invoering uit te stellen tot 2027 interpreteert als “een verzoek tot een zo snel mogelijke verlaging van de tarieven van de vrachtwagenheffing tot aan 2027”.
De incidentele budgettaire derving bedraagt volgens de brief € 80 miljoen. Die wordt gedekt aan de lastenkant van het pakket. De verlaging heeft volgens het kabinet geen gevolgen voor de terugsluis naar subsidieregelingen voor elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur. Daarbij wijst het kabinet op “het breed gedeelde belang van de elektrificatie van het wagenpark om de uitstoot van het wegvervoer te verminderen en de weerbaarheid van de vervoerssector te vergroten”.
KIA-versobering van tafel
Op verzoek van de Kamer gaat ook de eerder aangekondigde versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet door. In plaats daarvan wordt de gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor korting op branche-eigen producten vanaf 2027 afgeschaft. Daarmee wordt structureel € 126 miljoen opgehaald, meer dan de eerder geraamde € 100 miljoen via de KIA-maatregel.
Verder reserveert het kabinet de structurele opbrengst van het pakket (€ 152 miljoen) voor nog nader uit te werken investeringsmaatregelen. Daarbij noemt het kabinet expliciet verbeteringen van fiscale investeringsaftrekken, een win-winlening en een EU-beleggingsrekening.
Ook de startersaftrek wordt aangepast. Volledige afschaffing acht het kabinet “uitvoerbaar per 2028”. Vooruitlopend daarop wordt de aftrek in 2027 al verlaagd. De geraamde opbrengst voor 2027 wordt bijgesteld van € 119 miljoen naar € 116 miljoen.
Belastingdienst ziet uitvoeringsrisico’s
Uit de uitvoeringstoetsen van de Belastingdienst blijkt dat de tijdelijke verlagingen van de motorrijtuigenbelasting uitvoerbaar zijn, maar niet zonder gevolgen. Volgens het kabinet lopen “kritische onderhoudstrajecten vertraging op” en bestaat er “een kans dat de bereikbaarheid van de Belastingtelefoon verslechterd”. Het kabinet schrijft die risico’s te hebben geaccepteerd vanwege “de wens om op korte termijn lastenverlichting aan deze groep te kunnen geven”.
De verlaging van de motorrijtuigenbelasting wordt doorgevoerd vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat op of na 1 juli 2026 begint. Daardoor kan de korting voor sommige voertuigen pas per eind september ingaan en doorlopen tot maart 2027.
Ook de verhoging van de reiskostenvergoeding is volgens de Belastingdienst uitvoerbaar, al merkt het kabinet op dat de verhoging in de inkomstenbelasting “pas bij de definitieve aangifte inkomstenbelasting kan worden toegepast”.
Voor het UWV geldt een uitzondering. De uitvoeringsorganisatie kan de verhoging van de kilometervergoeding niet met terugwerkende kracht verwerken. Dat zou volgens het kabinet gepaard gaan met “aanzienlijke uitvoeringslasten, die niet in verhouding staan tot het beoogde effect”. UWV voert de hogere vergoeding daarom pas op een toekomstige datum door, “in ieder geval per 1 januari 2027”.
Geen snelle btw-verlaging voor ov
De Kamer vroeg het kabinet ook om opheldering over de mogelijkheid om het btw-tarief op openbaar vervoer per 1 juli te verlagen. Volgens het kabinet is dat juridisch alleen mogelijk via een goedkeurend beleidsbesluit, omdat wetgeving op die termijn niet haalbaar is.
De Belastingdienst kan een tariefverlaging volgens de brief technisch uitvoeren, maar voor vervoerders levert een snelle wijziging grote problemen op. Zij moeten uiteenlopende IT-systemen aanpassen voor facturering en btw-verwerking. Dat noemt het kabinet “een complexe en tijdsintensieve exercitie”.
Daar komt bij dat post b.9 van Tabel I van de Wet OB 1968 meerdere vormen van personenvervoer omvat. Een verlaging alleen voor openbaar vervoer kan volgens het kabinet leiden tot “nieuwe afbakeningsproblematiek en procedures”.
Om die reden kiest het kabinet voor een andere maatregel: een tijdelijk treinabonnement van € 49 per maand waarmee reizigers drie maanden onbeperkt in de daluren kunnen reizen. Voor die regeling reserveert het kabinet € 118 miljoen.
Kabinet roept werkgevers op hogere vergoeding te benutten
Tot slot meldt het kabinet dat het sociale partners actief heeft gewezen op de verruimde fiscale ruimte voor reiskostenvergoedingen. Daarbij verwijst het naar de motie-Bikker/Dijk.
“Het kabinet heeft ruimte gemaakt voor een verhoging, maar de hoogte van de reiskostenvergoeding blijft een afspraak tussen werkgevers en werknemers”, schrijven Heinen en Eerenberg. Het kabinet roept werkgevers daarom op “de verruimde fiscale ruimte waar mogelijk te benutten, zodat de verhoging zo veel mogelijk terechtkomt bij werknemers die hogere reiskosten maken”.
Bron: Accountancy Vanmorgen