Kamer lijkt Wet werkelijk rendement te steunen

Een meerderheid van de Tweede Kamer is in voor de nieuwe vorm van belastingheffen op het rendement op vermogen, maar dat gaat niet van harte, blijkt uit het Kamerdebat op maandag.
De Tweede Kamer boog zich maandag over de nieuwe opzet van box 3. De meeste partijen zien die wel zitten, maar dat is vooral omdat alternatieven ingewikkeld zijn en uitstel de staatskas veel geld kost.
Krap schema, maar wet is ’tussenstap’
Vanaf 2028 moet het zover zijn: dan gaan vermogenden belasting betalen over het daadwerkelijk gerealiseerde rendement van hun bezit in box 3. Voorwaarde is wel dat de Tweede Kamer dan half maart instemt met het wetsvoorstel. En dat is wel wat krap; aanpassingen zijn daardoor bijna onmogelijk. De drie formerende partijen D66, VVD en CDA typeren de wet als tussenstap. D66’er Henk-Jan Oosterhuis zei dat wat hem betreft er na de formatie mogelijkheden zijn voor wijzigingen.
Wel of geen belasting op waardestijging?
Onder de Wet werkelijk rendement worden spaargeld en de waardestijging van aandelen of vastgoed belast, uitgezonderd aandelen in start-ups en de eigen woning. Partijen als VVD en CDA, maar ook JA21 en BBB, zien liever dat bij alle bezittingen pas bij verkoop belasting wordt betaald over de daadwerkelijk behaalde winst. GroenLinks-PvdA is juist voorstander van belasting op alle waardestijgingen. “Economisch gezien het minst verstorend, beter uitvoerbaar voor de Belastingdienst en mensen zelf,” zei Luc Stultiens.
Amendementen
Staatssecretaris Heijnen (BBB) sprak ook over “een tussenstation”. “De Kamer bepaalt of de trein verder rijdt en in welke richting.” Verschillende Kamerleden kwamen met amendementen, ook al waarschuwde Heijnen dat grote ingrepen niet mogelijk zijn voor de al overbelaste fiscus. Voor de uitvoering van de wet zijn minstens 900 ambtenaren nodig.
Bron: Accountancy Vanmorgen/ANP